De Blauwe Kanarie (deel 3)

Afdrukken
Publicatiedatum Geschreven door H. Jansen

Laatst kreeg ik van iemand een aantal oude "Onze Vogels" van voor 1966, de man wist dat ik daarnaar op zoek ben. En in een van de vergeelde exemplaren uit 1954 kwam ik een leuk artikel tegen. In april en mei 1954 schreef dhr. P. Wanders over de Blauwe kanarie. Ik vond het wel leuk om het voor u uit te werken en ruim vijftig jaar terug in de tijd te gaan. De tekst is onveranderd weergegeven.

Uit het voorgaande zal men begrijpen van hoe grote invloed de blauwfactor is op de kleuren der blauwe kanarie. Toch is deze factor geen kleur in de ware zin van het woord en zal men tervergeefs naar de blauwe kleurstof zoeken. De blauwfactor is n.l. een z.g. structuurkleur het geen wil zeggen dat de blauwe kleur veroorzaakt wordt door de structuur der veren. Om dit althans enigszins te begrijpen moeten we dit even verduidelijken.

Het licht zoals dit van de zon tot ons komt bestaat uit gebundelde stralen van verschillende kleuren, die we omdat ze gebundeld zijn als wit waar nemen. De in deze bundel aanwezige kleuren kunnen we dus als zodanig niet afzonderlijk zien, tenzij ze eerst gezeefd of gebroken worden en daarna teruggekaatst. De aanwezigheid der verschillende kleuren in het licht kunnen we het mooist waar nemen als de atmosfeer van waterdamp is vervuld (bij regen) terwijl de zon gelijktijdig schijnt. Men ziet dan de verschillende kleuren van het licht, die gebroken worden door waterdeeltjes in de lucht als wat wij noemen de regenboog, hetgeen in werkelijkheid dus is de ontleding van het licht in zijn samenstellende kleuren (spectrum).

In het algemeen zal ieder voorwerp dat ons oog waar neemt, uit de gebundelde lichtstralen welke dit voorwerp opvangt, slechts die kleuren terug kaatsen die de kleur van dit voorwerp zelf bezitten. De overige kleurstralen worden grotendeels door dit onderwerp geabsorbeerd. In het algemeen ziet men dus slechts die kleuren, die werkelijk als kleurstof aanwezig zijn.

Om ons nu bij het gevederte der kanarie te bepalen bestaat op deze regel een uitzondering voor de lichtstralen van de blauwe kleur. Door de bouw en structuur van de fijnste vederdeeltjes, die doorzeefd zijn met zeer fijne luchtgevulde buisjes, worden door de daarop vallende gebonden lichtstralen, de blauwe stralen uit de lichtbundel gezeefd, vrij gemaakt en naar ons oog terug gekaatst. Het oog neemt in dit geval dus de blauwe kleur waar, terwijl er in de veren in werkelijkheid in het geheel geen blauwe kleurstof aanwezig is.

Dit dus de structuurkleur der veren "blauwfactor" genaamd. De meer of minder goede bouw van deze kanaaltjes zijn dus bepalend voor de blauwe weerschijn die de vogel vertoont. Deze blauwfactor is erfelijk en vererft niet geslachtsgebonden, met andere woorden, mannen en poppen geven deze factor aan al hun kinderen mede.

Om dus goede blauwe kanaries te kweken heeft men er rekening mede te houden dat de blauwfactor zo mogelijk in beide ouderdieren aanwezig is. Daar deze factor in nagenoeg alle kleurslagen voor komt, is het slechts een zaak van goede keus bij het samenstellen de fokparen, om de beste kans op goed resultaat te hebben.

Bij alle vogels met gele ondergrond is de aanwezigheid van de blauwfactor duidelijk te herkennen aan de citroenachtige kleur. In feite kan men deze structuurkleur het best met verfstof vergelijken. Doet men bij gele verf immers blauwe verf dan wordt de gele kleur meer of minder citroengeel. Brengt men deze blauwfactor dubbelfactorig in groene vogels, dan worden het echte groenen (citroengroen), bij bruinen worden het de citroenbruinen ook wel Feuille Morte Jonquille genaamd, bij agaten geeft het de citroenagaat terwijl het bij de isabellen , citroen - Isabel wordt. Bij al deze blauwfactorigen zijn de oorspronkelijke kleuren als ware overgoten met een lichtgroene kleur, terwijl zij een intensieve citroengele ondergrond hebben.

Al de hier genoemde kleuren kunnen in aanmerking komen voor de kweek van goede blauwe kanaries daar ze allen de dubbele blauwfactor bezitten. Behalve met de dubbele blauwfactor dient vooral ook rekening gehouden te worden met de eis dat het exterieur van een goede staalblauwe kanarie van een egaal zwart/blauwe kleur moet zijn, waartoe dus de bruine kleurdelen, welke iedere blauwe vogel nu eenmaal ook in zijn veerdelen heeft, zich zo weinig mogelijk laten schouwen.

Teneinde dit doel te bereiken, zullen we dus een vogel moeten fokken met kort gevederte, aangezien juist dit soort vogels de bruine kleur het minst tonen. Bij het uitzoeken der ouderdieren dient men er dus ook op te letten dat voor de te gebruiken niet intensieve vogel, geen al te ruige en langbevederde vogel wordt gebezigd. De niet intensieve vogels komen in verschillende graden van bevedering voor, men zoeke dus steeds die soort uit welke korte of matig lange veren bezitten en zo weinig mogelijk bruin vertonen. Deze vogels gepaard met wel intensieve paargenoten die door de intensief factor reeds kort gevederte bezitten, zullen een redelijk goede kans geven op goede tentoonstellingsvogels, n.l. de intensieve exemplaren onder de jongen, terwijl de niet intensieve broeders en zusters uitstekende fokvogels blijken te zijn. Voor het fokken van goede blauwe vogels vragen dan de navolgende kleurcombinaties de aandacht. Weliswaar zijn er nog veel meer mogelijkheden om blauw te fokken, doch deze bieden m.i. te veel kansen op slecht blauw en kunnen daarom beter onbesproken blijven.

(Wordt vervolgd)


Henk Jansen

Keurmeester N.B.v.V. - OMJ /COM

Edelzanger Facebook Edelzanger YouTube

12-17-17. Vogelvereniging De Edelzanger. Best online poker sites - .