De Blauwe Kanarie (deel 2)

Afdrukken
Publicatiedatum Geschreven door H. Jansen

Nu is de eerst genoemde factor (dominant witte ondergrond) gemakkelijk door een ieder te constateren, immers alle zilvervariëteiten hebben een witte ondergrond, deze onderscheid hen juist van hun met gele ondergrond, goudgetinte broeders en zusters en is dan ook de reden dat ze de aanduiding "zilver"in hun naam hebben gekregen.

Deze factor toont zich dus voor een ieder duidelijk aan en kan men er bij het uitzoeken der fokparen rekening mede houden om nimmer zilver X zilver te paren. Nu bestaan er behalve de Duitse Witte zilvertinten ook wel z.g. Recessief Witte zilvertinten, waarvan de witfactoren niet lethaal zijn en waarbij dus wel 2 zilvergetinte vogels zonder verlies met elkaar gepaard kunnen worden. Deze soorten komen in Nederland helaas zeer sporadisch voor (1954) en kunnen in het bestek van dit praatje buiten beschouwing blijven.

De tweede genoemde lethale factor n.l. de intensieffactor is bij de zilvervariëteiten niet zo gemakkelijk te herkennen. Bij kanaries met gele- en citroengele ondergrond en bij alle roodfactorige kanaries kunnen we uit de intensiviteit der kleuren, die als het ware meer verdiept en veel sterker ontwikkelt zijn, gemakkelijk onderscheiden of de vogel wel dan niet de intensieffactor bezit. Bij de zilvertinten die deze vetkleuren missen, moeten we op andere feiten letten om de intensiviteit vast te stellen.

Nu is het feit dat de intensieve vogels naast de verdiepte kleuren ook altijd een dun, kort en nauwsluitende bevedering bezitten een aanwijzing in welke richting gezocht moet worden. De zilvervariëteit die een ruige,dichte en lange bevedering heeft kan men gevoeglijk als niet intensief aanmerken. Deze vogels zullen in de regel niet de juiste exemplaren zijn om naar een tentoonstelling te zenden, het kunnen echter uitstekende kweekvogels zijn en als zodanig zijn ze bij de zilverkweek onmisbaar. Ze dienen daartoe met wel intensieve (goud) tinten gepaard te worden. De intensieve zilverslagen kan men herkennen aan de gladde en strakke tamelijk dunne bevedering,waarvan de afzonderlijke veren kort zijn.

In de meeste gevallen zal men ook opmerken dat deze vogels aan de smalle zijde der grote pennen een hooggele aanslag vertonen. Vanzelfsprekend kan men ook, bij twijfel eerst proefparingen verrichten, waarbij de zilvertint gepaard wordt met een niet intensieve vogel met gele ondergrond. Aan de uit deze paring geboren vogels met gele ondergrond, kan men spoedig zien of er intensiviteit aanwezig is of niet. Zijn er intensieve jongen bij, ook al is het maar een enkel exemplaar, dan is de gebezigde zilver - ouder intensief, in het tegenovergestelde geval kan men gerust aannemen dat de zilvervogel niet intensief is.

Thans nog even het voorgaande samenvattende zal men dus bij het uitzoeken van der fokparen, er goed aan doen om:

a. geen paren samen te stellen, waarvan man en pop beide de Duits Wit factor bezitten.

b. geen paargenoten te gebruiken, die beide de intensieffactor bezitten.

Na de voorgaande algemene beschouwingen over de zilverkweek, zullen we nu nog enige bijzonderheden behandelen bij de kweek met de meest volkleurige gepigmenteerde n.l. de blauwe kanarie.

De vogel die we in de kanarie wereld blauw plegen te noemen eigenlijk de zilvervarieteit van groen, hetgeen wil zeggen dat de samenstellende gele vetkleur onwerkzaam is geworden. De overblijvende werkzame kleuren zijn de zwarte en bruine pigmentkleuren op een witte ondergrond. Indien hierbij geen andere kleur aanwezig, ziet men een grauwachtige zwart bruine vogel. Deze vogel is in zijn uiterlijk de minst fraaie der blauwe kanariesoorten en zeker geen tentoonstellingsvogel. Men kan hem vergelijken de grauw groene kanarie. Nu weet een ieder die veel groene kanaries heeft gezien dat er in deze soort v.w.b. de groene kleur, ook grote verschillen bestaan. Er zijn de zo even grauw groene, de goudgroenen en de citroengroenen, waarvan de laatste soort het echte groen vertoont, terwijl de grauw groenen in het geheel of nagenoeg geen groene kleur laten zien. Zij zijn meer grauw dan groen.

Dit verschil tussen de groen - nuance's wordt veroorzaakt door de blauwfactor, die foutief ook wel eens de citroenfactor genoemd wordt. Is deze factor dubbel aanwezig in de groene vogel, dit wil zeggen, heeft de vogel de blauwfactor zowel van de vader als van de moeder meegekregen dan wordt de kleur het levendige en schitterende citroengroen. Kreeg de vogel deze factor echter in het geheel niet, dan wordt het de grauwgroene soort. Het zelfde kan men ook waarnemen bij de blauwe kanarie. Heeft de vogel de dubbele blauwfactor dan toont hij zich als een staalblauwe vogel die zich in ideale vorm als een prachtige gladde zwart - blauwe vogel doet zien. Indien de vogel de enkelvoudige blauwfactor bezit ziet men hem als een grauw blauwe vogel de z.g. lei - blauwe kanarie, terwijl bij algehele afwezigheid der blauwfactor de vogel zich toont als zwart - bruin.

(Wordt vervolgd)


Henk Jansen

Keurmeester N.B.v.V. - OMJ /COM

 

Edelzanger Facebook Edelzanger YouTube

12-17-17. Vogelvereniging De Edelzanger. Best online poker sites - .